Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 05-07-2024

PaperlinX B.V. · KVK 08119567 ·F.05/15/349
Verslagdatum
05-07-2024
Procedure
Faillissement
Status
Beëindigd
Rechtbank
Rechtbank Gelderland

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 05_gel_15_349_F_V_21 ·Tekst verwerkt op 28-09-2026 11:51

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Betreft

Algemene gegevens

Paperlinx B.V. 05-07-2024

21

De besloten vennootschap Paperlinx B.V. (verder te noemen: PPX) was

statutair gevestigd te (7202 BV) Zutphen aan de Pollaan 1, handelende

tevens onder de namen: BührmannUbbens Packaging, Velpa, Velpa

Enveloppen, Proburo, Proost en Brandt Groep Industrieel Papier,

Papiergroothandel Gebr. Jacobs, Hamex, Store Office Paper,

BührmannUbbens, Proost en Brandt, Brievenbusdoosje en Paperlinx Benelux.

05-07-2024

21

De activiteiten van PPX bestonden uit de vervaardiging van papier en karton

voor verpakking, groothandel in papier- en papierwaren, karton en

verpakkingsmateriaal en de fabricage van enveloppen.

05-07-2024

21

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2014 € 258.000.000,00 € -12.856.000,00 € 118.086.000,00
2013 € 269.063.000,00 € -21.051.000,00 € 132.719.000,00

Verslagnummer 21

Datum verslag 05-07-2024

Insolventienummer F.05/15/349

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000319386:F001

Datum uitspraak 16-04-2015

R-C mr. M.J.C. van Leeuwen

Curator mr J.B.A. Jansen

mr G.J. Koers

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Verslagperiode

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

Het boekjaar van PPX liep van 1 juli tot en met 30 juni. Bovenstaande

financiële gegevens volgen uit de laatste jaarrekening 2013/2014 die

geconsolideerd met PaperlinX Netherlands BV (verder PPX Netherlands) is

opgesteld. Hoewel het geconsolideerde cijfers betreft, is van belang te

vermelden dat het eigen vermogen van PPX ruim 98% uitmaakte van het

verantwoorde eigen vermogen van PPX Netherlands.

05-07-2024

21

550

05-07-2024

21

€ 5.484.713,58

05-07-2024

21

van

1-12-2023

t/m

31-5-2024

05-07-2024

21

VerslagperiodeBestede uren

21 530 uur 54 min
Totaal 530 uur 54 min

Conform beleid van de rechtbank Gelderland hebben curatoren door middel

van een separaat vetrouwelijk bericht de rechter-commissaris geïnformeerd

over de belangrijkste gedurende deze verslagperiode verrichte

werkzaamheden alsmede een toelichting verstrekt op de bestede tijd.

05-07-2024

21

1. Inventarisatie

Voor de beschrijving van directie en organisatie wordt verwezen naar het

eerste openbare verslag.

05-07-2024

21

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

Ten tijde van het uitspreken van het onderhavige faillissement waren er geen

gerechtelijke procedures aanhangig. Ten ijde van het opstellen van het

onderhavige verslag evenmin. Er zijn diverse gerechtelijke procedures

gevoerd, waarvoor curatoren verwijzen naar voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar het vijfde verslag. 05-07-2024

21

De huurovereenkomsten met betrekking tot de locaties te Zutphen,

Zwijndrecht, Diemen, Wormerveer en Lier (B) en Kapellen (B) zijn in 2015

beëindigd en afgewikkeld. De curatoren verwijzen hiervoor naar voorgaande

verslagen.

Hieronder volgt per relevante locatie een korte beschrijving van de actuele

stand van zaken.

Zutphen

Hiervoor wordt verwezen naar het 15e verslag. Deze kwestie is genoegzaam

afgewikkeld.

Zwijndrecht

Hiervoor wordt verwezen naar het 17e verslag. Deze kwestie is genoegzaam

afgewikkeld.

05-07-2024

21

1.5 Oorzaak faillissement

In het kader van het rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het voltooide

feiten- en oorzaken onderzoek door forensisch accountantskantoor Grant

Thornton (hierna: GT) deel uitmaakt, hebben curatoren ook nog gedurende

de afgelopen verslagperiode aandacht besteed aan enkele relevante

onderwerpen en kwesties. De curatoren zullen de in het definitief eindverslag

van het forensisch onderzoek door GT aan hen gerapporteerde uitkomsten

betrekken bij hun eigen, meer aspecten omvattende

rechtmatigheidsonderzoek.

De curatoren hadden reeds eerder met bijstand van hun advocaten in dat

kader een eerste analyse gemaakt in verband met de vraag welke feiten en

omstandigheden in belangrijke mate aanleiding en oorzaak zijn geweest voor

het onderhavige faillissement en welke grondslagen voor (eventuele)

aansprakelijkheid jegens betrokkenen in verband daarmee zouden zijn te

onderkennen.

De rechter-commissaris is ook in de afgelopen (verslag)periode nader

vertrouwelijk geïnformeerd omtrent de stand van zaken betreffende het

voortdurende rechtmatigheidsonderzoek en enkele relevante kwesties in het

bijzonder. Daarbij wordt ook het oordeel van CBb blijkens zijn uitspraak in de

tuchtrechtelijke hoger beroepsprocedure inzake de als onjuist

gekwalificeerde wijze van verantwoording van het securitisatieprogramma in

de jaarrekeningen betrokken. De curatoren streven ernaar om in de komende

periode tot een nadere standpuntbepaling te komen.

Op dit moment is nog niet aan te geven op welke termijn de curatoren hun

definitieve standpunt ter zake zullen hebben bepaald. Curatoren zullen op

basis van hun nadere en definitieve conclusie(s) met de rechter-commissaris

een plan van aanpak afstemmen voor de eventuele vervolgstappen na

afronding van het rechtmatigheidsonderzoek.

Gelet op aard en karakter van dit onderzoek zullen over de (nadere)

bevindingen en conclusies van curatoren alsmede andere inhoudelijke

aspecten van het rechtmatigheidsonderzoek in deze openbare

verslaglegging verder geen inhoudelijke mededelingen worden gedaan. De

rechter-commissaris is en wordt steeds tussentijds schriftelijk en/of

mondeling vertrouwelijk door de curatoren geïnformeerd over de stand van

zaken, de relevante ontwikkelingen en (nadere) bevindingen in het kader van

het onderzoek.

05-07-2024

21

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

2. Personeel

Personeelsleden

463

Toelichting

Ten tijde van het faillissement waren er 463 werknemers bij PPX werkzaam,

waarvan 50 werknemers in België en de overige in Nederland. Daarnaast

waren er nog 19 uitzendkrachten werkzaam.

05-07-2024

21

Personeelsleden

550

Toelichting

In het jaar voorafgaand aan het faillissement waren er gemiddeld 550

werknemers in dienst bij PPX. Een groot aantal van deze werknemers is na

een reorganisatie eind 2014 uit dienst gegaan waardoor uiteindelijk het

aantal is overgebleven zoals hierboven onder 2.1 vermeld. Enkele jaren voor

faillissementsdatum waren binnen PPX Benelux nog circa 880 werknemers

werkzaam.

05-07-2024

21

Datum AantalToelichting

20-4-2015463

totaal 463

Kernteam

In de voorgaande verslagen is uitvoerig omschreven welke werkzaamheden

door Finance van PPX in het kader van de afwikkeling van het faillissement en

in het belang van de boedel gedurende de afgelopen jaren zijn verricht. Er

zijn destijds met Finance afspraken gemaakt om per 2021 op oproepbasis

voor de curatoren werkzaam te blijven. Gedurende de afgelopen

verslagperiode is Finance niet actief voor de curatoren werkzaam geweest.

Finance blijft echter beschikbaar en inzetbaar om zo nodig in de toekomst

voor curatoren werkzaamheden te verrichten voor zover dat in het belang

van de afwikkeling van het faillissement noodzakelijk wordt geacht.

05-07-2024

21

3. Activa

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

PPX had geen onroerende zaken in eigendom. Hiervoor wordt verwezen naar

voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

Voor een uitvoerige beschrijving van de in de boedel aangetroffen materiële

en immateriële activa verwijzen de curatoren naar hun eerste verslag.

Zoals reeds vermeld in het eerste openbaar verslag is de totale opbrengst

van de aangetroffen materiële activa bij gebreke van enig daarop gevestigd

zekerheidsrecht als vrij actief in de onderhavige boedel te beschouwen

05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen en hiervoor onderdeel

3.3.

05-07-2024

21

Voor een uitvoerige beschrijving van de tot de boedel behorende, qua

omvang en (opbrengst)-waarde aanzienlijke hoeveelheden voorraden papier

en verpakkingsmaterialen (ca. 12.000 ton) verwijzen de curatoren naar hun

eerste verslag.

Aangezien de voorraden niet waren verpand maar als vrij eigendom aan de

boedel van PPX toebehoorden, was betaling van een boedelbijdrage aan

enige zekerheidsgerechtigde niet aan de orde.

05-07-2024

21

Voor een beschrijving van de overige tot de boedel van PPX te rekenen

materiële en immateriële activa alsmede de werkzaamheden die aan de

uitwinning van de betreffende goederen zijn besteed, verwijzen curatoren

naar de voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

Voor een beschrijving van de overige tot de boedel van PPX te rekenen

materiële en immateriële activa alsmede de werkzaamheden die aan de

uitwinning van de betreffende goederen zijn besteed, verwijzen curatoren

naar de voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

4. Debiteuren

Omvang debiteuren

Volgens de administratie van de vennootschap bedroeg de

debiteurenportefeuille per faillissementsdatum een bedrag van nominaal ruim

€ 36,7M, bestaande uit ca. 5.900 debiteuren in binnen- en buitenland en circa

40.000 openstaande facturen. De debiteurenincasso betreffende deze

portefeuille door CreditManagement en Finance van PPX tezamen met

curatoren is enige tijd geleden genoegzaam afgehandeld. De ten name van

FinlinX gestelde collections account is vervolgens gesloten.

In het kader van de in onderdeel 4.4 beschreven afrekening en afwikkeling

van het securitisatie-programma zijn de nog resterende (openstaande)

debiteuren door FinlinX formeel overgedragen aan de curator van PPX

Holdings door middel van een tussen hen gesloten Deed of Re-assignment of

Purchased Euro Receivables. Deze posten vertegenwoordigden echter naar

de curatoren in overleg met Finance van PPX reeds hadden vastgesteld op

dat moment geen waarde meer voor de boedel(s). De daarop betrekking

hebbende informatie hebben curatoren ook met de curator van PPX Holdings

gedeeld die daarom ook geen invorderingsmaatregelen meer heeft

ondernomen.

Opbrengst

De gerealiseerde opbrengst van de sedert inlossing van ING Bank per juli

2015 geïncasseerde FinlinX-debiteuren berustte onder FinlinX op de door

haar bij ING Bank aangehouden collections account. Het uit hoofde van de

debiteurenincasso geaccumuleerde creditsaldo van ruim € 8,45M is onder

inhouding van een tweetal posten voor kostenreserveringen vervolgens in

februari 2022 uitbetaald aan de boedel van PPX Holdings, die daarop

krachtens een uitgebracht bindend eindadvies van de Commissie van

Deskundigen d.d. 3 april 2019 gerechtigd was.

Boedelbijdrage

De van boedeldebiteuren ontvangen betalingen zijn als vrij actief in de

onderhavige boedel te be-schouwen, zodat betaling van een boedelbijdrage

door enige zekerheidsgerechtigde niet aan de orde is. Voor de

werkzaamheden van curatoren en het KT in het kader van de incasso van de

aan de boedel van PPX Holdings toekomende debiteurenbetalingen, was

reeds bij aanvang van die werkzaamheden een boedelbijdrage van de

curator van PPX Holdings bedongen. Deze bijdrage betrof een vergoeding

voor alle door curatoren en KT in dit kader gemaakte kosten. Enige tijd na

afronding van die werkzaamheden is deze betaling aan de onderhavige

boedel voldaan.

05-07-2024

21

4.2 Werkzaamheden debiteuren

Afwikkeling securitisationprogramma

Voor een uitvoerige beschrijving van de juridische en financiële afwikkeling

van het securitisatie-financieringsprogramma tussen alle daarbij betrokken

(oorspronkelijke) contractspartijen verwijzen curatoren naar het 17e

openbare verslag. Ingevolge de Termination Agreement d.d. 2 februari 2022

is van het totale onder ING Bank berustende, ten name van FinlinX gestelde

creditsaldo (ca. € 8,45M) een bedrag van ruim € 8M door FinlinX/ING Bank

rechtstreeks aan de boedel van PPX Holdings voldaan, die daartoe uit hoofde

van het destijds uitgebrachte definitief bindend eindadvies gerechtigd was.

Hierna is het financieringsprogramma formeel geëindigd en is tussen alle

partijen kwijting verleend voor de afrekening en financiële en juridische

afwikkeling van het financieringsprogramma als zodanig, als gevolg waarvan

ook de sedert faillissementsdatum doorlopende substantiële, deels forfaitaire

kosten van het programma uiteindelijk zijn gestopt.

Vervolgens resteerde nog de afrekening van een tweetal in de Termination

Agreement voorziene kostenreserveringen ad € 150K resp. € 300K, welke

bedragen tot nader order in escrow waren gestort. Genoemde bedragen

dienden ter dekking van de afwikkelingskosten van het

financieringsprogramma e.a. respectievelijk de (proces-)kosten van ING Bank

welke zouden kunnen ontstaan als gevolg van een eventuele claim c.q.

gerechtelijke procedure van curatoren jegens de bank c.s. uit hoofde van het

financieringsprogramma of de (gewijzigde) cashpool-arrangementen.

In de vorige verslagperiode heeft ING Bank de beide hiervoor gereserveerde

bedragen uitbetaald aan de boedel van PPX Holdings, reeds voordat de

curatoren hun definitieve standpunt hadden kenbaar gemaakt omtrent

eventuele (rechts)maatregelen jegens de bank. Aldus is op een praktische en

minder formele wijze uitvoering gegeven aan de destijds in de Termination

Agreement voor afwikkeling opgenomen regeling en specifieke voorwaarden.

Dientengevolge is hiermee de formeel-juridische en financiële ontmanteling

van het financierings-programma definitief afgerond.

De curatoren hebben in de vorige verslagperiode hun definitieve standpunt

bepaald ten aanzien van de verschillende in het kader van de financiering

door hen onderzochte rechtmatigheidskwesties. In dat verband hebben zij

geconcludeerd dat het op grond van alle daarbij te betrekken juridische

aspecten niet in het belang van de boedel is noch op grond van andere

overwegingen opportuun is om ter zake verdere (rechts)maatregelen te

treffen. Daarmee kan deze rechtmatigheidskwestie als afgedaan worden

beschouwd.

Vordering vs PPX Holdings

De oorspronkelijke intercompany-vordering (in rekening-courant) van PPX op

PPX Holdings was in overleg met de curator van PPX Holdings erkend voor

een bedrag ad ruim € 53M. Na een eerste tussentijdse uitdeling aan de

boedel van PPX per 3 december 2018 ten bedrage van 6,55% bedroeg de

vordering van PPX per saldo nog ruim € 49,7M.

Nadat het grootste deel van het onder ING Bank berustende creditsaldo

(minus voorziene kosten-reserveringen) van ruim € 8M in de boedel van PPX

Holdings was ontvangen, heeft de curator van PPX Holdings een tweede

tussentijdse uitdeling aan de geverifieerde concurrente schuldeisers gedaan

ten bedrage van een uitkeringspercentage van 7,2%. Uit hoofde daarvan

ontving de boedel van PPX op 12 mei 2022 een uitkering ad € 3.815.697,74.

Nu tussen de curator van PPX Holdings en de Administrator van de PPX-UK-

groep inmiddels overeenstemming is bereikt over de finale afrekening en de

05-07-2024

21

5.1 Vordering van bank(en)

uitdelingen tussen PPX Holdings enerzijds en de PPX-UK-vennootschappen

anderzijds over en weer langs de lijnen van de zgn. Waterfall, zal volgens

recente informatie van de curator van PPX Holdings op zeer korte termijn de

derde en laatste (slot)uitdeling aan de boedel van PPX plaatsvinden ter

hoogte van circa 0,36% van de geverifieerde concurrente vordering. Omtrent

de precieze hoogte van deze slotuitkering en de termijn waarop deze

daadwerkelijk zal worden uitbetaald, kan op dit moment nog geen uitsluitsel

worden gegeven.

Hierdoor zal dan het volledige resterende boedelactief van PPX Holdings aan

crediteuren zijn uitgekeerd.

Vordering vs PPX-UK

De boedel van PPX is betrokken bij het faillissement van The Paper Company

Limited (TPC) met een erkende handelsvordering ad GBP 1.289.281,92. Deze

vennootschap maakt onderdeel uit van de PaperlinX UK-groep. Alle tot de

PaperlinX-UK groep behorende vennootschappen verkeren sedert 1 april

2015 in Administration.

In het “Annual Progess Report to creditors” van de Joint Liquidators van PPX-

UK/TPC e.a. (voorheen verbonden aan Deloitte UK, thans geheten TENEO

welke organisatie per 21 december 2021 de benoemingen en

rechtsverhouding betreffende de Administration met goedkeuring van de

Engelse rechtbank heeft overgenomen) en daaropvolgend bericht van de

Administrator van TPC was reeds aangekondigd dat aan de opkomende niet-

bevoorrechte vorderingen nog een derde en laatste (slot)uitkering zou

worden gedaan.

Nadat tussen de curator van PPX Holdings en de Administrator van de PPX-

UK-groep overeenstemming was bereikt over de finale afrekening en de

uitdelingen tussen PPX Holdings enerzijds en de PPX-UK-vennootschappen

anderzijds over en weer langs de lijnen van de zgn. Waterfall, heeft in de

afgelopen verslagperiode vanuit de boedel van TPC aan de boedel van PPX

de derde en laatste (slot)uitdeling plaatsgevonden ter hoogte van 19,6% van

de erkende concurrente vordering. Uit hoofde daarvan ontving de boedel van

PPX op 9 april 2024 een uitkering ten bedrage van (omgerekend) €

294.340,59. In totaal werd aldus 74,6% van de erkende vordering uitbetaald.

Incasso debiteuren FinlinX

Voor een uitvoerige beschrijving van de juridische en financiële afwikkeling

van het securitisatie-financieringsprogramma tussen alle daarbij betrokken

(oorspronkelijke) contractspartijen verwijzen curatoren naar het 17e

openbare verslag alsmede hetgeen hiervoor is beschreven in het (sub-

)onderdeel 'Afwikkeling securitisatieprogramma'. De formeel-juridische

afwikkeling en financiële ontmanteling van het financieringsprogramma is

daarmee definitief afgerond.

5. Bank / Zekerheden

Toelichting vordering van bank(en)

05-07-2024

21

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

Voor de positie van de bij de vennootschap van PPX en verbonden

groepsvennootschappen betrokken banken en financieringswijze van de PPX-

groep en in dar verband verstrekte zekerheden wordt verwezen naar

voorgaande verslagen.

De complexe materie van het door PPX met ING Belgium aangegane

securitisatieprogramma, alsmede de (vele) wijzigingen welke zich ten aanzien

van securitisatie- i.c.m. cashpoolfinanciering sedert de aanvang van de

financiering in 2010 hebben voorgedaan alsmede de verweven geldstromen

binnen beide programma’s tussen alle verbonden entiteiten over en weer,

hebben deel uitgemaakt van het rechtmatigheidsonderzoek. Gelet op het

vertrouwelijke karakter van dit onderzoek worden daarover in dit openbaar

verslag geen inhoudelijke mededelingen gedaan. Voor het overige wordt

verwezen naar onderdelen 4.2 en 7.6.

Hiervoor wordt verwezen naar het achtste verslag. 05-07-2024

21

Voor de positie van de bij de vennootschap van PPX en verbonden

groepsvennootschappen betrokken banken en financieringswijze van de PPX-

groep en in dar verband verstrekte zekerheden wordt verwezen naar

voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar het zesde verslag. 05-07-2024

21

De rechten van eigendomsvoorbehoud zijn volledig afgewikkeld. Zie daarvoor

voorgaande verslagen. Curatoren beschouwen dit onderdeel als afgerond.

05-07-2024

21

Geclaimde retentierechten zijn volledig afgewikkeld. Hiervoor wordt verwezen

naar het zesde verslag. Curatoren beschouwen dit onderdeel als afgerond.

05-07-2024

21

De geclaimde reclamerechten zijn volledig afgewikkeld. Hiervoor wordt

verwezen naar het zesde verslag.

Curatoren beschouwen dit onderdeel als afgerond.

05-07-2024

21

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

Voor een omschrijving van de werkzaamheden verwijzen de curatoren naar

hetgeen hiervoor is vermeld.

05-07-2024

21

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024

21

Doorstarten onderneming

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024

21

Toelichting

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

Toelichting

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen.

05-07-2024

21

Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024

21

7.1 Boekhoudplicht

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7. Rechtmatigheid

In het kader van het rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het voltooide

feiten- en oorzakenonderzoek door forensisch accountantskantoor Grant

Thornton (hierna: GT) deel uitmaakt, hebben curatoren ook nog gedurende

de afgelopen verslagperiode aandacht besteed aan enkele relevante

onderwerpen en kwesties

Onderdeel van het aanhangige rechtmatigheidsonderzoek is voor wat dit

specifieke onderdeel betreft onder andere de vraag of in het onderhavige

faillissement door de bestuurders van PPX is voldaan aan de boekhoud- en

administratieplicht. Daarbij is ook het oordeel van CBb in zijn uitspraak in

hoger beroep in de tuchtrechtzaak relevant. De curatoren zullen tevens de in

het definitief eindverslag van het forensisch onderzoek de door GT aan hen

gerapporteerde uitkomsten betrekken bij hun eigen, meer aspecten

omvattende rechtmatigheidsonderzoek.

Voor een beschrijving van de werkwijze van curatoren met betrekking tot de

omvangrijke digitale en nadien gedigitaliseerde relevante administratie van

PPX van alle vestigingen in Nederland en België alsmede de wijze waarop de

curatoren hun eigen cloud-omgeving en data-opslag hebben ingericht en

toegankelijk houden, verwijzen de curatoren kortheidshalve naar het 20e

verslag. Verder wordt verwezen naar onderdeel 1.5 van dit verslag.

05-07-2024

21

De jaarrekeningen over de drie jaren voorafgaand aan het faillissement zijn

tijdig gepubliceerd.

05-07-2024

21

In de vorige openbare verslagen hebben de curatoren uitvoerig het verloop

beschreven van de tegen de betrokken accountants van KPMG ten overstaan

van de Accountantskamer in eerste aanleg aanhangig gemaakte

tuchtklachtprocedure en daarin naar voren gebrachte klachtonderdelen. Voor

een goed begrip van deze in opvolgende openbare verslagen terugkerende

materie en gelet op het belang van deze kwestie voor het onderhavige

faillissement volgt daarvan hieronder een samenvatting.

De ingediende klachten van de curatoren tegen de betrokken accountants

van KPMG betroffen de volgende onderdelen:

(1) Het ten onrechte geven van een goedkeurende verklaring bij de

jaarrekeningen 2011/2012 e.v. wegens de onjuiste verantwoording van het

securitisatieprogramma,

(2) Idem voor wat betreft de (gewijzigde) cashpool-agreements,

(3) Het ten onrechte niet opnemen van een continuïteitsparagraaf in de

laatste goedkeurende verklaring bij de jaarrekening 2013/2014, en

(4) De categorische weigering van de laatstelijk betrokken accountant om

medewerking te verlenen aan het onderzoek van curatoren c.q. informatie te

verstrekken over de in concreto door hem verrichte (controle-

)werkzaamheden.

De Accountantskamer heeft in de uitspraak van 6 september 2019

klachtonderdelen (1) en (4) toegewezen en geoordeeld dat de betrokken

accountants klachtwaardig hebben gehandeld.

05-07-2024

21

In verband met de aard en ernst van het onzorgvuldig handelen en

tekortkoming ten aanzien van de controle van de jaarrekening van de

betrokken accountants op genoemde punten is aan hen de maatregel van

waarschuwing respectievelijk berisping opgelegd.

Nadat zowel curatoren als de betrokken accountants hoger beroep hadden

ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) voor wat

betreft hun door de Accountantskamer (deels) afgewezen klachtonderdelen,

hebben beide partijen ten overstaan van dit College beroep- en

verweerschriften ingediend. Voor een beschrijving van de daarop volgende

ontwikkelingen wordt verwezen naar onderdeel 7.3 van het 16e openbaar

verslag.

Op 31 januari 2023 heeft het CBb in beide hoger beroepszaken uitspraak

gedaan (vindplaats ECLI:NL:CBB:2023:44 via www.rechtspraak.nl). In deze

uitspraak heeft het College voornoemde uitspraak van de Accountantskamer

bevestigd en de daartegen door beide partijen ingestelde hoger beroepen

ongegrond verklaard.

Het College heeft geoordeeld dat de door de directie van PPX (Netherlands)

in de jaarrekeningen gekozen wijze van verantwoording van de

gesecuritiseerde handelsdebiteuren welke door de betrokken accountants

aanvaardbaar is geacht, onvoldoende inzicht geeft in de gevolgen van het

securitisatieprogramma.

Zowel op het punt van de economische risico’s als de economische voordelen

was volgens CBb sprake van diverse factoren die duid(d)en op een zodanige

wijziging dan wel verschuiving van vermogen van PPX naar PPX Holdings als

gevolg van de securitisatie van handelsvorderingen, dat het niet in de rede

lag dat de handelsvorderingen die onderdeel waren van het securitisatie-

programma nog langer op de balans van PPX geactiveerd konden blijven. Het

in de jaarrekeningen geschetste beeld dat de handelsdebiteurenportefeuille

deel uitmaakte van het (geconsolideerd) vermogen van PPX (Netherlands)

ten aanzien waarvan PPX recht zou hebben op de opbrengsten en waarvan

zij het risico droeg, is naar het oordeel van CBb daarom onjuist.

Verder heeft CBb geoordeeld dat, hoewel voor een accountant als

opdrachtnemer geen algemene en onbeperkte verantwoordingsplicht bestaat

in de vorm van het afgeven van (afschriften van) stukken uit zijn dossier aan

zijn opdrachtgever, een accountant in beginsel bereid moet zijn om aan zijn

opdrachtgever en aan de curator in het faillissement van die opdrachtgever

op diens verzoek in algemene zin informatie te verstrekken over de door hem

ter uitvoering van zijn opdracht verrichte werkzaamheden. Zoals de

Accountantskamer ook reeds had overwogen, had de accountant vervolgens

alsnog terughoudendheid kunnen betrachten indien tegenstrijdige belangen

daartoe hadden genoopt.

Die verantwoordingsplicht impliceert derhalve een tuchtrechtelijke

verantwoordelijkheid. In dit concrete geval valt de betrokken accountant te

verwijten dat hij zich onvoldoende bereid heeft getoond tot overleg met de

curatoren. Dientengevolge heeft hij in strijd gehandeld met het fundamentele

beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, aldus het CBb.

De door curatoren in deze procedures aangevoerde klachtonderdelen

betreffende cashpool, securitisatie en continuïteit spelen eveneens een

belangrijke rol in het rechtmatigheidsonderzoek. Het beschreven oordeel c.q.

(dis)kwalificatie van CBb in hoogste instantie met betrekking tot de

verantwoording van het securitisatieprogramma wordt (ook) betrokken bij de

(definitieve) standpuntbepaling van curatoren ten aanzien van de inrichting

en getrouwheid van de jaarrekening(en) en het vervolg van het

rechtmatigheidsonderzoek.

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

In de afgelopen verslagperiode hebben curatoren na daartoe van de rechter-

commissaris verkregen toestemming KPMG alsmede de beide betrokken

accountants in privé formeel (hoofdelijk) aansprakelijk gesteld voor de

schade als gevolg van hun handelwijze.

De curatoren stellen zich op het standpunt dat de accountants ten onrechte

een goedkeurende accountantsverklaring bij de jaarrekeningen van PPX

(Netherlands) over de jaren 2009/2010 tot en met 2013/2014 hebben

afgegeven omdat zij ten onrechte de onjuiste verantwoording van het se-

curitisatieprogramma door het bestuur van PPX aanvaardbaar hebben

geacht. Ook houden de curatoren KPMG c.s. aansprakelijk voor de schade

wegens het niet voldoen aan de informatieplicht jegens curatoren.

De curatoren vorderen daarbij (1) de schade die de gezamenlijke

schuldeisers hebben geleden ten bedrage van het totaal van hun

vorderingen dat niet door een uitkering uit de boedel wordt gedekt alsmede

(2) de schade aan de zijde van de boedel die niet zou zijn geleden indien

KPMG c.s. direct aan de informatieplicht zou hebben voldaan. Deze

schadepost bestaat uit de kosten die door de curatoren dienden te worden

gemaakt voor het op andere wijze verkrijgen van die informatie. De totale

schade bedraagt aldus ca € 11,5M (exclusief rente en kosten).

Indien geen betaling plaatsvindt of op korte termijn een acceptabele

minnelijke regeling tot stand komt, zijn de curatoren voornemens om KPMG

en de beide accountants in privé in rechte te betrekken.

Een eventuele vordering welke de curatoren zouden kunnen ontlenen aan

het niet voldoen aan de stortingsverplichting ex art. 2:193 BW is inmiddels

verjaard gelet op de oprichtingsdatum van de vennootschap per 29 oktober

2003. Dit onderdeel kan dientengevolge als afgewikkeld worden beschouwd.

05-07-2024

21

7.5 Onbehoorlijk bestuur

7.6 Paulianeus handelen

Toelichting

Zoals eerder gemeld, was - na een laatste, derde ronde van wederhoor van

betrokkene(n) en hun advocaten en met inachtneming van alle voor

forensisch onderzoek geldende waarborgen, termijnen en regels - in juli 2020

het forensisch onderzoek afgerond en het eindrapport gefinaliseerd.

Het rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het voltooide feiten- en

oorzakenonderzoek door het forensisch accountantskantoor GT deel

uitmaakt, is door curatoren ook gedurende de verslagperiode op enkele

relevante onderdelen en aspecten voortgezet.

De curatoren zullen de door GT aan hen gerapporteerde uitkomsten van het

forensisch onderzoek bij hun eigen, meer omvattende

rechtmatigheidsonderzoek betrekken. De curatoren hadden reeds eerder met

bijstand van hun advocaten in dat kader een eerste analyse gemaakt in

verband met de vraag welke feiten en omstandigheden in belangrijke mate

aanleiding en oorzaak zijn geweest voor het onderhavige faillissement en

welke (eventuele) aansprakelijkheden jegens betrokkenen in verband

daarmee zouden zijn te onderkennen. De curatoren streven ernaar om in de

komende periode tot een definitieve oordeelsvorming en nadere

standpuntbepaling te komen.

Afhankelijk van de nadere conclusie(s) zal op basis daarvan aan de hand van

een nader met de rechter-commissaris af te stemmen plan van aanpak de

richting worden bepaald voor het vervolg van het rechtmatigheidsonderzoek.

Gelet op de aard van dit onderzoek zullen over de bevindingen en conclusies

alsmede andere inhoudelijke aspecten van het rechtmatigheidsonderzoek in

deze openbare verslaglegging verder geen inhoudelijke mededelingen

worden gedaan. De rechter-commissaris is en wordt steeds tussentijds

schriftelijk en/of mondeling door de curatoren vertrouwelijk geïnformeerd

over de stand van zaken en de relevante ontwikkelingen in het kader van het

onderzoek.

05-07-2024

21

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

Nee

Toelichting

Onderwerp van het rechtmatigheidsonderzoek is voorts geweest of in de

relevante periode voor faillissementsdatum rechtshandelingen zijn verricht,

waarvan op de voet van artikel 42 of 47 Fw zou moeten worden

geconcludeerd dat deze als paulianeus zijn te beschouwen ofwel of er sprake

is geweest van voor faillissementsdatum plaats gevonden verrekeningen

door groepsmaatschappijen, crediteuren en/of financier(s) op een tijdstip

waarop men wist c.q. voor hen te verwachten was dat de vennootschap zou

failleren, in welk geval dan sprake zou kunnen zijn van een ontoelaatbare

schuldoverneming c.q. verrekening als bedoeld in de artt. 53 c.q. 54 Fw.

Naar aanleiding van het in de vorige verslagen beschreven uitvoerige

onderzoek en op grond van hun oordeelsvorming over alle relevante

financiële aspecten en juridische merites van de destijds ingeroepen actio

Pauliana hebben de curatoren geconcludeerd dat het met inachtneming van

alle bij die afweging te betrekken aspecten niet in het belang van de boedel

is noch op grond van andere overwegingen opportuun is om ter zake verdere

(rechts)maatregelen te treffen. Daarmee kan deze rechtmatigheidskwestie

als afgedaan worden beschouwd.

05-07-2024

21

In de afgelopen periode hebben curatoren met name aandacht besteed aan

de hiervoor in Onderdeel 7 benoemde rechtmatigheidsaspecten om te komen

tot een verdere oordeelsvorming en (definitieve) standpuntbepaling ten

aanzien van de hierna in het plan van aanpak in onderdeel 10.1 in concreto

beschreven kwesties.

De rechter-commissaris is gedurende de afgelopen (verslag)periode

schriftelijk en/of mondeling vertrouwelijk geïnformeerd omtrent de stand van

zaken, relevante ontwikkelingen en nadere bevindingen in deze. Gelet op het

vertrouwelijke karakter zullen de curatoren hieromtrent geen inhoudelijke

mededelingen doen in de openbare verslaglegging.

05-07-2024

21

8. Crediteuren

€ 6.800.000,00

Toelichting

Zoals eerder vermeld, zijn (vrijwel) alle opkomende boedelvorderingen ten

bedrage van ruim

€ 6,8M omstreeks december 2018 voldaan. Dat was het moment waarop - na

ontvangst van de eerste tussentijdse uitdeling vanuit de boedel van PPX

Holdings - er voldoende concreet vooruitzicht bestond dat de boedel ten tijde

05-07-2024

21

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8.3 Pref. vord. UWV

van de afwikkeling van het faillissement hoogstwaarschijnlijk toereikend zou

zijn om de opgekomen boedelschulden te voldoen, een en ander conform het

destijds hiervoor in de rechtspraak ontwikkelde criterium. Deze uitbetaling

betrof hoofdzakelijk de boedelvorderingen van UWV, Nederlandse en

Belgische werknemers alsmede de verhuurders van de bedrijfslocaties in

Nederland en België.

Een enkele boedelcrediteur heeft zich per verslagdatum - ondanks daartoe

herhaaldelijk te zijn benaderd - nog niet gemeld zodat de betreffende

boedelvordering als gevolg daarvan nog niet kon worden uitbetaald. Het

betreft hierbij overigens slechts geringe bedragen.

€ 0,00

Toelichting

De Nederlandse fiscus is per verslagdatum niet met een geformaliseerde

preferente prefaillisse-mentsvordering bij het onderhavige faillissement

betrokken.

De curatoren hebben ingevolge de kort na het faillissement met de

inspecteur bij de Belastingdienst te Amsterdam gemaakte afspraak telkens

per kwartaal de OB-aangifte ingediend over de relevante boedelmutaties in

de respectievelijke tijdvakken, welke aangiften steeds door de

Belastingdienst zijn gevolgd en telkens hebben geleid tot vaststelling van het

dienovereenkomstig af te dragen resp. terug te ontvangen belastingbedrag.

In de afgelopen verslagperiode werd over het vierde kwartaal van 2023 en

eerste kwartaal van 2024 op aangifte een bedrag ad resp. € 1.924,= en €

42.582,= aan boedel-OB-teruggave toegekend c.q. ontvangen. De

daadwerkelijke uitbetaling daarvan aan de boedel heeft vervolgens ook al

plaatsgevonden.

De vaststelling van een (eventuele) naheffingsaanslag op grond van art. 29

lid 7 Wet OB ter zake de in vooraftrek gebrachte BTW over de openstaande

crediteuren zal eerst aan de orde zijn zodra definitief komt vast te staan dat

aan de concurrente crediteuren geen volledige uitkering kan worden gedaan.

Curatoren zullen hiervoor zo nodig een reservering aanhouden.

De prefaillissementsvordering van de Belgische fiscus (FOD) te Antwerpen ten

bedrage van ruim

€ 653.000,- is in het onderhavige faillissement geverifieerd als concurrente

vordering en derhalve begrepen in de in onderdeel 8.5 vermelde totale

concurrente schuldenlast, ter zake waarvan derhalve eveneens destijds een

gedeeltelijke uitkering van 15% van de nominale vordering heeft

plaatsgevonden.

05-07-2024

21

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

€ 1.973.961,21

Toelichting

De erkende preferente loonvordering van het UWV over de pre-

faillissementsperiode uit hoofde van de overname van de loonverplichtingen

van het voormalige personeel ingevolge artikel 61 WW

(Loongarantieregeling) in welke achterstallige vorderingen het UWV is

gesubrogeerd, bedroeg in totaal € 1.973.961,21 volgens onderstaande

specificatie:

€ 295.234.86 (hoogpreferent ex artikel 66 lid 3 WW);

€ 1.678.726.35 (laagpreferent ex artikel 66 lid 1 WW en artikel 3:288e

BW).

Het bedrag dat uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse

uitdelingslijst aan UWV als preferente crediteur toekomt, zijnde 100% van

voornoemde erkende vorderingen, is aan UWV uitbetaald.

05-07-2024

21

€ 1.115.799,05

Toelichting

Daarnaast waren ten tijde van de verificatievergadering ca. 480 overige

crediteuren bij het onderhavige faillissement betrokken met een erkende

preferente vordering voor een totaalbedrag van

€ 1.112.772,93 (bruto) en € 3.026,12 (netto). Deze vorderingen hadden

voornamelijk betrekking op de niet door de Loongarantieregeling gedekte

loonvorderingen van de voormalige werknemers van PPX in Nederland en

België alsmede de vordering van de Belgische uitkeringsinstantie Fonds van

Sluiting Ondernemingen (FSO).

Tijdens de gehouden verificatievergadering zijn geen overige preferente

crediteuren verschenen, zodat daarmee het preferente passief in het

onderhavige faillissement definitief vaststaat.

Het bedrag dat uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse

uitdelingslijst aan preferente crediteuren toekomt, zijnde 100% van de

erkende vorderingen, is uitbetaald of zal zo spoedig mogelijk aan de

rechthebbenden worden uitbetaald zodra curatoren alle benodigde

betaalinformatie van betrokkenen hebben ontvangen.

05-07-2024

21

8.5 Aantal concurrente crediteuren

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

653

Toelichting

Ten tijde van de verificatievergadering waren in totaal 653 crediteuren bij het

onderhavige faillissement betrokken met een erkende concurrente vordering

voor een totaalbedrag ad

€ 16.606.093,75.

De vordering van de Belgische fiscus (FOD) is voor een totaalbedrag ad ruim

€ 653.000,- geverifieerd op de lijst van erkende concurrente vorderingen.

Deze vordering is derhalve in voornoemd totaalbedrag begrepen. Hiervoor

wordt verwezen naar het 16e openbare verslag.

05-07-2024

21

€ 16.606.093,75

Toelichting

Het bedrag dat uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse

uitdelingslijst aan concurrente crediteuren toekomt, zijnde 15% van de

erkende vorderingen, is uitbetaald of zal zo spoedig mogelijk aan de

rechthebbenden worden uitbetaald zodra curatoren alle benodigde

betaalinformatie van betrokkenen hebben ontvangen.

05-07-2024

21

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

Zoals hiervoor aangegeven, zijn (vrijwel) alle boedelcrediteuren integraal

voldaan. Aan alle preferente prefaillissementscrediteuren heeft een uitkering

plaatsgevonden ten bedrage van 100% van hun geverifieerde vordering,

terwijl aan de concurrente prefaillissementscrediteuren een uitkering heeft

plaatsgevonden ten bedrage van 15% van hun geverifieerde vordering, een

en ander voor zover zij aan curatoren de benodigde betaalinformatie hebben

verstrekt. Zie onderdeel Inleiding voor een gedetailleerde beschrijving van

aantal en omvang van de zgn. resterende crediteuren.

Inmiddels hebben de curatoren de slotuitdeling ontvangen uit de boedel van

de Administration van de PPX-UK-groep/The Paper Company. Op korte termijn

verwachten de curatoren nog een aanvullende bate uit hoofde van de

(slot)uitdeling uit de boedel van PPX Holdings.

De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants (hoofdelijk)

aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren

alsmede de schade welke door de boedel als zodanig is geleden als gevolg

van hun handelwijze. Op dit moment is onzeker of en welke (eventuele

andere) rechtmatigheidsaanspraken jegens derden geldend gemaakt zullen

worden en welke baten uit hoofde daarvan gerealiseerd zouden kunnen

worden.

De omvang van deze (mogelijkerwijs) nog te realiseren aanvullende baten

kan van invloed zijn op de toestand van de boedel ten tijde van de

afwikkeling van het faillissement. Gelet op de in dit verslag uitvoerig

uiteengezette omstandigheden en complexe aard van de nog voor afdoening

vatbare kwesties kunnen curatoren in dit stadium derhalve nog geen

uitspraak doen over de verdere concrete vooruitzichten voor concurrente

prefaillissementscrediteuren van een (slot-)uitkering ter zake hun resterende

vordering noch over de verwachte termijn van afwikkeling van dit

faillissement.

05-07-2024

21

8.8 Werkzaamheden crediteuren

Tussentijdse uitdeling aan boedel- en prefaillissementscrediteuren

Ter zitting van de verificatievergadering d.d. 21 september 2018 was de

totale schuldenlast van de opkomende prefaillissementscrediteuren van de

vennootschap vastgesteld.

In vervolg daarop zijn in december 2018 (vrijwel) alle boedelvorderingen ten

bedrage van ca.

€ 6,1M voldaan. Op grond van de per 11 oktober 2021 verbindend geworden

tussentijdse uitdelingslijst hebben (vrijwel) alle geverifieerde preferente

crediteuren betaling ontvangen ten bedrage van 100% van hun geverifieerde

vordering en is aan de geverifieerde concurrente crediteuren tus-sentijds een

(eerste) uitkering gedaan ter hoogte van 15% van hun geverifieerde

vorderingen. Het betreft in totaal 427 preferente en 620 concurrente

crediteuren in binnen- en buitenland.

Ondanks de nodige herhaalde inspanningen van de zijde van curatoren en

Finance van PPX ge-durende de vorige verslagperiodes heeft een

substantieel aantal crediteuren tot dusver niet gereageerd op het

(herhaalde) verzoek van curatoren om aan te geven op welke wijze men de

uitbetaling van de aan hen toekomende partiële uitdeling wenst te

ontvangen.

Per verslagdatum hebben 14 preferente crediteuren met nominale

vorderingen ad in totaal

€ 364.412,09 nog niet op de (diverse) aanschrijving(en) en andere pogingen

om met hen in contact te komen, gereageerd. Daarnaast hebben per

verslagdatum 191 concurrente crediteuren met nominale vorderingen ad in

totaal € 2.194.135,82 zich ook nog niet gemeld, althans adequaat

gereageerd op het verzoek van curatoren omtrent de betaalwijze. Aan alle

overige crediteuren is het aan hen toekomende bedrag uitbetaald.

Het uitblijven van een reactie van de resterende crediteuren op de diverse

pogingen van curatoren c.s. om de benodigde betaalgegevens te verkrijgen,

bemoeilijkt helaas de financiële afhandeling van deze eerste tranche. In

verband met het grote aantal crediteuren in binnen- en (verre) buitenland en

mede als gevolg van talrijke cessies, rechtsopvolging en andere wijzigingen

die reeds voor of in de periode na de verificatievergadering hadden

plaatsgevonden alsmede de positie van kredietverzekeraars die na uitkering

aan verzekerde (handels-)crediteuren uit hoofde daarvan als gesubrogeerd

crediteur opkomen, is deze (eerste) uitdeling een tijdrovende en bewerkelijke

exercitie gebleken.

Curatoren hebben niettemin voor deze intensieve aanpak gekozen omdat in

het andere geval te zijner tijd bij de afwikkeling van het faillissement alsnog

dezelfde tijdrovende werkzaamheden zouden moeten worden verricht. Voor

de afdracht aan de consignatiekas van het aan de resterende crediteuren

toekomende saldo zal het als gevolg van de tijdsintensieve procedure en

voorwaarden die het ministerie van Financiën daarvoor stelt, ook

noodzakelijk zijn om uitvoerige documentatie aan te leveren aan de hand

waarvan de resterende crediteuren die in voorkomend geval nog aanspraak

op een (gedeeltelijke) uitkering kunnen maken, kunnen worden

geïdentificeerd. Curatoren zullen zich beraden hoe hiermee verder te gaan.

05-07-2024

21

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

10.1 Plan van aanpak

9. Procedures

KPMG tuchtrechtelijke procedures

Voor een inhoudelijke beschrijving van de diverse klachtonderdelen van

partijen en de uitspraak van CBb in hoogste instantie in de beide hoger

beroepsprocedures wordt verwezen naar onderdeel 7.3.

KPMG 843a Rv-procedure

Hiervoor wordt verwezen naar het 17e verslag in combinatie met onderdeel

7.3 van het onderhavige verslag.

Pauliana cashpool

De curatoren hebben op enig moment jegens alle bij de cashpool betrokken

contractspartijen de actio Pauliana ingeroepen wegens benadeling van

crediteuren. Dit onderdeel kan inmiddels als afgedaan worden beschouwd.

Hiervoor wordt verder verwezen naar onderdeel 7.6.

KPMG civiele aansprakelijkheid - voorgenomen procedure

De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants in privé (hoofdelijk)

aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren

alsmede de schade welke door de boedel is geleden als gevolg van hun

handelwijze. Indien geen betaling plaatsvindt of op korte termijn een

acceptabele minnelijke regeling tot stand komt, zijn de curatoren voornemens

om KPMG en de beide accountants in rechte te betrekken.

05-07-2024

21

Zie hiervoor onderdelen 7.3 en 9.1. 05-07-2024

21

Zie voor wat betreft de voorgenomen procedure wegens civiele

aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide accountants de onderdelen 7.3 en

9.1.

05-07-2024

21

Zie voor wat betreft de voorgenomen procedure wegens civiele

aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide accountants de onderdelen 7.3 en

9.1.

05-07-2024

21

10. Overig

De werkzaamheden van de curatoren zullen in de komende (verslag)periode

met name betrekking hebben op de onderstaande kwesties en specifieke

aspecten betreffende het rechtmatigheidsonderzoek:

05-07-2024

21

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

Het maken van een definitieve analyse van de grondslagen voor

(eventuele) civiele aansprakelijkheid van KPMG en de betrokken

accountants;

Het analyseren, beoordelen en voorbereiden van (eventuele)

rechtsmaatregelen tegen KPMG en de betrokken accountants;

Het maken van een definitieve analyse omtrent de getrouwheid van de

jaarrekening(en) van de vennootschap in verband met de balansmatige

verwerking van het securitisatieprogramma, de cashpool-agreement(s)

en continuïteitsverklaring(en) door de bestuurder(s);

Het beoordelen van de rechtmatigheidsaspecten betreffende de

(wijzigingen van de) cashpool-agreement(s) door de bestuurder(s);

Het maken van een definitieve analyse van de grondslagen voor

(eventuele) aansprakelijkheid van de bestuurder(s) en andere bij de

bedrijfsleiding van de vennootschap betrokkenen;

Het analyseren en beoordelen van (eventuele) rechtsmaatregelen

tegen de bestuurder(s);

Het beoordelen van de mogelijkheid van een (vervolg- of slot)uitdeling

aan concurrente crediteuren;

Het trachten te achterhalen van de huidige contact- en bankgegevens

van de erkende crediteuren die nog een uitdeling dienen te ontvangen;

Overige en resterende noodzakelijke werkzaamheden in het kader van

de afwikkeling van het onderhavige faillissement.

Gelet op de omvang en bewerkelijkheid van dit faillissement, alsmede de

aard en omvang van de opgekomen en nog actuele rechtmatigheidskwesties

is het voor de curatoren op dit moment niet mogelijk om aan te geven welke

de concrete vooruitzichten voor de erkende concurrente prefaillissements-

crediteuren zullen zijn van een (slot-)uitkering ten aanzien van hun

resterende vordering.

Zulks zal in ieder geval afhangen van de (financiële) afwikkeling van het

faillissement van PPX Holdings en daaruit volgende (slot)uitdeling. De

curatoren zijn namens de curator van PPX Holdings geïnformeerd dat een en

ander op korte termijn zijn beslag zal krijgen. Verder is daarvoor relevant

welke (eventuele) rechtmatigheidsaanspraken daadwerkelijk geldend

gemaakt zullen worden en welke baten uit hoofde daarvan dan op enig

moment in de boedel zullen vloeien.

De curatoren zetten zich ervoor in om het faillissement voortvarend af te

wikkelen. De aard, omvang, complexiteit en tijdsbeslag van de nog voor

afdoening vatbare kwesties vereisen dat hiervoor voldoende tijd wordt

genomen en dat de afhandeling daarvan zorgvuldig geschiedt zodat geen

afbreuk wordt gedaan aan de financiële en andere belangen van de boedel

en de opkomende gezamenlijke crediteuren. Als gevolg daarvan kan niet

worden aangegeven hoe lang het onderhavige faillissement zal hebben voort

te duren en wanneer het faillissement zal kunnen worden beëindigd.

Hiervoor verwijzen de curatoren naar de in onderdeel 10.1 beschreven, nog

voor afdoening vatbare kwesties en de in dat kader nog te verrichten

concrete werkzaamheden.

05-07-2024

21

5-1-2025 05-07-2024

21

10.4 Werkzaamheden overig

Het volgende verslag zal overeenkomstig de geldende richtlijnen van de

rechtbank Gelderland binnen zes maanden na verslagdatum worden

ingediend. Uiteraard zullen de curatoren in voorkomend geval de rechter-

commissaris tussentijds (vertrouwelijk) informeren, indien en voor zover hun

bevindingen daartoe aanleiding geven dan wel zich bijzonderheden of

relevante nieuwe ontwikkelingen voordoen bij de hiervoor onder punt 10.1

genoemde aspecten in het bijzonder.

Vanwege de omvang, bewerkelijkheid en complexiteit van dit faillissement en

de hoeveelheid verschillende onderwerpen die (gelijktijdig) de nodige tijd en

aandacht vergen werken de curatoren samen in een team met enkele

kantoorgenoten die verschillende onderdelen van het faillissement

zelfstandig en/of in samenspraak behandelen en afwikkelen. Deze

kantoorgenoten zijn op dit moment mr. Priscilla Trip en Cher Hafkamp LLB.

Waar processueel nodig of qua deskundigheid gewenst hebben de curatoren

zich in de afgelopen jaren tevens laten bijstaan door hun advocaten prof. mr.

dr. drs. Karen Harmsen RA en mr. Marie-Hélène Berghuijs van TOON

Advocaten te Amsterdam en mr. Hans van Wijk en mr. Gijsbrecht Nieuwland

van Pels Rijcken te Den Haag. In deze fase van het faillissement worden de

curatoren bijgestaan door mr. Harmsen voornoemd en mr. F.J.T.A. Werners

van TOON Advocaten te Amsterdam.

Hierbij doen de curatoren op de voet van het bepaalde in de artikelen 73a

e.v. Faillissementswet in bovengenoemd faillissement verslag van de

toestand van de boedel, alsmede van de relevante ontwikkelingen welke zich

sedert de vorige verslaglegging hebben voorgedaan. Voor zover zich in deze

verslagperiode op bepaalde onderdelen geen nieuwe ontwikkelingen hebben

voorgedaan, zijn die onderwerpen in dit verslag komen te vervallen of wordt

verwezen naar het laatste verslag waarin de afwikkeling van die kwestie is

beschreven.

Voor de onderhavige verslaglegging geldt dat dit openbaar verslag door de

curatoren c.s. met grote zorgvuldigheid is samengesteld. De curatoren

kunnen echter niet instaan voor de volledigheid en/of juistheid daarvan. Het

is mogelijk dat bepaalde informatie (nog) niet geopenbaard kan worden of

zich als zodanig niet leent voor openbare publicatie. Ook dient ermee

rekening te worden gehouden dat achteraf bepaalde informatie of gegevens

in dit verslag worden aangepast of aangevuld. Een en ander kan ook

(belangrijke) gevolgen hebben voor de vooruitzichten voor de opkomende

crediteuren en op termijn voor de wijze van afwikkeling van het onderhavige

faillissement. Aan dit verslag kunnen derhalve nadrukkelijk geen rechten

worden ontleend.

De curatoren vertrouwen met de bovenstaande beschrijving van de toestand

van de boedel alsmede de bevindingen en (verdere) ontwikkelingen

betreffende de beschreven onderdelen en kwesties aan hun wettelijke

verplichting tot verslaglegging aan de rechter-commissaris en overige

belanghebbenden te hebben voldaan.

05-07-2024

21

Bijlagen

Bijlagen